Martinus was de zoon van een rijke koopman. Lang geleden was hij soldaat in het Romeinse leger.
Op een dag reed Martinus met een groepje soldaten naar een grote stad. Het was koud en mistig. Martinus had zijn lange mantel goed om zich heen geslagen. Zo had hij het heerlijk warm. Ze hadden haast, want ze wilden voor donker binnen de stadsmuren zijn.
Toen ze bij de stadspoort aankwamen, stapte er plotseling een arme man op hem af. Hij had geen schoenen, geen jas en geen sokken aan. Je kon aan hem zien dat
hij het erg koud had. "Wat is er met jou aan de hand?" vroeg Martinus. 'Ach", rilde de man, "ik heb het koud en ik heb zo'n honger". Martinus dacht even na. Hij
zou zijn mantel wel willen geven. Maar in die tijd mochten soldaten zonder mantel de stadspoort niet in. De mantel hoorde bij hun uniform. Wat moest Martinus nu
doen? Hij kon die arme man daar toch niet zo maar laten staan?
Plotseling kreeg hij een goed idee. "Ik geef hem de helft van mijn mantel. Dan kan ik de andere helft omgeslagen houden!" Hij deed zijn mantel af. Trok zijn zwaard
en hakte de mantel in twee stukken. Eén stuk gaf hij aan de arme man. En één stuk sloeg hij zelf om zijn schouders. Daarna pakte hij zijn geldbuidel en gaf de man
wat geld. De arme man was erg blij. Nu had hij een mantel tegen de kou en wat geld om eten te kopen. Hij bedankte Martinus en vertrok.
En Martinus? Die reed daarna tevreden met zijn soldaten de stad binnen.
Het verhaal van Martinus en de arme man is een oud verhaal. Martinus is door zijn goede daad door de katholieke kerk Heilig gemaakt. Hij is dus een Heilig mens.
Daarom staat nu voor zijn naam het woordje Sint. Net als de heilige Sint Nicolaas.
Nog altijd vieren we het feest van Sint Martinus. Elk jaar, op 11 november, gaan kinderen met een lampion en een vrolijk liedje bij de mensen langs. Om ze licht te brengen ... vrolijk te maken.
Het begint allemaal in 1907 als Baden Powell (B.P.), die toen al 50 jaar was, zijn boek
"Het Verkennen voor jongens" publiceert. Korte tijd hierna ontstaan er overal groepjes die zijn boek gebruiken en spoedig ontstaat er een verkenners beweging.
In 1910 wordt de eerste officiele Verkenners beweging in Nederland opgericht. En ook in onze omgeving, Breda en Tilburg, is men snel actief met verkenner/padvindsters
groepen.
Door lang aarzelen van de Nederlandse bisschoppen word pas in 1930 een positief besluit genomen inzake het katholieke verkennen. Pas vanaf toen is er bij veel
parochies het initiatief gekomen om een eigen verkennerstroep op te richten.
In Princenhage waren
het Kapelaan Ansems en dhr A. van Meel die de voordelen voor de eigen parochie Sint Martinus inzage. Zij zorgde voor leiding en huisvesting, zodat in 1932 Akela
Nooren en Raksha de Kroon konden starten met de eerste welpenhorde. De Verkennersgoep Sint Martinus was een feit.
Voor de kleur van de groepsdas werd de kleur Bordeaux rood gekozen.
In de Bredase regio waren toen nog vijf andere katholieken groepen ontstaan, alleen wij en de Charles de Foucauld groep zijn hiervan nu nog steeds actief. Later
ontstonden er natuurlijk nog vele andere groepen.
Reactie van Bert Antonissen (In 2009, 73 jaar):
Op deze foto van de groep uit 1933 staan 2 broers van mij die inmiddels overleden zijn. Helemaal links onder Louis
Antonissen en vijfde van links onder Jan Antonissen. Nadien zijn er 7 van ons gezin bij de verkenners geweest, namelijk: Louis, Jan, An, Ad, Jac, Frans en Bert.
Toch leuk om weer eens zo'n oude foto terug te zien.
In 1933 starten Hopman van Meel en Vaandrig Vriens met een echte verkennerstroep. Zoals je ziet bestond het uniform in die tijd uit natuurlijk de blouse, maar anders dan het nu is, was er de korte broek en de hoed of de pet.
Intussen werd de Bernardsschool (Doelen 36) aangepast. Met toestemming van het schoolbestuur werd op eigen kosten een omvangrijke en kostbare verbouwing uitgevoerd. Zo komt er een trappenhuis in het gebouw zodat de zolders goed bereikbaar worden. Er worden degelijke vloeren gelegd op de zolders en er word op verschillende plaatsen een openhaard gemetseld die voor de verwarming moet gaan zorgen. Nu eer dan 75 jaar later maken we nog steeds gebruik van de zolders. Er is in de loop der tijd wel het een en ander verandert, maar er staat nog steeds een openhaard op de Pivozolder, maar niemand heeft ooit rook uit de schouw zien komen.
In 1936 werden de voortrekkers opgericht, die kun je vergelijken met
de Explo's en Pivo's van nu. Een jaar later in 1937 volgde Aalmoezenier Van Eekelen, Aalmoezenier Ansems op die bouw pastoor werd in Effen. Ook vindt in 1937 de
Wereld Jamboree plaats in Nederland, om precies te zijn in Vogelenzang een klein dorp onder Haarlem. Deze Jamboree word door de Princehaagse verkennerstroep
bezocht.
De oorlog maakt het verkennen moeilijk, maar gelukkig kan de Martinus groep onderduiken in de molen van V. v.d. Reyt.
Na 1945 moesten de, door de bezetters geplunderde, zolders van Doelen 36 gerestaureerd worden, iets wat door materiaal schaarste in die tijd een moeilijke
opdracht was.
In 1946 word de gidsengroep Sint Lucia in Princenhage opgericht. De aanwas van leden is enorm, zodat uitbreiding van de ruimte gezocht moet worden. Dit werd al snel
gevonden in het oude brandspuitenhuis achter de kerk. Na een grondige verbouwing kon hier een extra welpen horde beginnen. En na verbouwing van de oude politiecellen
konden ook de voortrekkers hun ruimte in gebruik nemen.
Ook een derde welpenhorde en een tweede voortrekkerstroep waren toen al nodig, maar na enkele jaren waren deze afdelingen al weer genoodzaakt om te stopen door
gebrek aan leiding. (Een probleem van alle tijden, want ook nu zijn we hard op zoek naar leiding!)
In de jaren vijftig en zestig was scouting Sint Martinus zeer actief, het geen tot uitdrukking kwam in zomerkampen, trektochten en een aantal cabaret
voorstellingen in het parochiehuis.
In 1954 word gestart met ons groepsblad de YELL, dit blad blijft bestaan tot na de eeuwwisseling. Helaas bestaat het nu niet meer, maar gelukkig hebben we nu een
heel ander medium, internet.
In Nederland is er een opvallende omslag in het uniform. Bij de Nederlandse Padvinders werd het mogelijk om in plaats van de bekende grote hoed een baret te
dragen. Groen voor verkenners, rood-violet voor voortrekkers en bruin voor welpenleiding. Wat later werd ook bij de Katholieke Verkenners de baret ingevoerd. Zij
kozen voor de kleur zwart.
De groepsdas, die die in 1947 vanwege textiel schaarste werd vervangen door een rood witte zakdoek, word in 1957 definitief vervangen door de blauwe das met grijze
rand.
Midden jaren zestig staan in het teken van verbouwingen. In 1966 word de ijzeren buitentrap gemonteerd door eigen deskundigen, dezelfTe trap die er nu nog is en
de laatste zolder word aangebouwd. De rowan afdeling verkreeg in 1965 zijn erkenning met het nummer 109. Toch nog enkele namen, Cees van Unen, Antoon Gielen, Anton
Dirven en Stan Gielen waren de groepsleiders die in deze jaren de boel regelden.
In 1968 sloot de Hieronymusgroep, uit de Oranjeboomstraat, zich aan bij Princenhage, enkele jaren later volgt de Pius XII groep van het Heuvelkwartier Talmastraat.
De geschiedenis van onze scouting, zoals hierboven beschreven is, is geschreven door:
Kees van Oosterhout (Kees beheert tevens ook het archief van onze scouting)
en
Remko de Vries